29 januari 2025 - Johan De Coster
De vestiging van een vruchtgebruik op een onroerend goed tegen betaling is in principe onderworpen aan het verkooprecht (12%) in het Vlaams Gewest. Maar wat bij een latere verlenging van dat vruchtgebruik?
Vlabel bleef bij haar standpunt dat ook bij de conventionele verlenging van een bestaand vruchtgebruik het verkooprecht verschuldigd is. Eerder, op 30 november 2021, werd dit al verworpen door het hof van beroep in Gent, dat oordeelde dat een verlenging geen nieuwe overdracht inhoudt, maar enkel een wijziging van de duurtijd.
Toch weigerde VlaBel zich daarbij neer te leggen en stelde ze cassatieberoep in.
Cassatiearrest 24 januari 2025: VlaBel krijgt ongelijk
Op 24 januari 2025 bevestigde het Hof van Cassatie definitief dat een conventionele verlenging van vruchtgebruik géén overdracht van een nieuw zakelijk recht inhoudt. Er is dus geen aanleiding om verkooprecht te heffen.
“Een overeenkomst tot verlenging van vruchtgebruik wijzigt enkel de duurtijd van het oorspronkelijke vruchtgebruik en heeft aldus geen bijkomende overdracht van een zakelijk recht tot gevolg.” – Hof van Cassatie
Gevolg: enkel het vast recht van toepassing
Bij de registratie van een akte tot verlenging van vruchtgebruik zal voortaan enkel het algemeen vast recht van 50 euroverschuldigd zijn.