12 februari 2025 - Johan De Coster
In specifieke omstandigheden kan een bedrijfsleider het verlies van zijn vennootschap op zich nemen, en deze tussenkomst als aftrekbare beroepskost inbrengen. Dit is echter enkel mogelijk indien drie voorwaarden tegelijk vervuld zijn.
Periodieke loonopname
De bedrijfsleider moet zowel voor als na de tenlasteneming een regelmatig loon ontvangen uit de vennootschap. Dit toont aan dat de relatie als actieve bedrijfsleider blijft bestaan.
Onherroepelijke en onvoorwaardelijke betaling
De tussenkomst moet gebeuren via een effectieve storting van een geldsom aan de vennootschap. De betaling mag niet onder voorwaarden of terugvorderbaar zijn.
Boeking als niet-recurrente opbrengst
De vennootschap moet de ontvangen som boeken als een niet-recurrente opbrengst, hetzij tijdens het boekjaar zelf, hetzij bij de afsluiting via de resultaatsverwerking.
Indien aan deze voorwaarden voldaan is, kan de betaling als beroepskost worden afgetrokken bij de bedrijfsleider. Dit biedt een fiscale optimalisatie in situaties waar de continuïteit van de vennootschap wordt ondersteund door persoonlijke tussenkomst van de bedrijfsleider.