Geen belastingverhoging meer bij eerste vergissing te goeder trouw.

Bij niet-, laattijdige of onjuiste aangifte kan de fiscus een belastingverhoging toepassen. Tot nu toe werd deze verhoging quasi automatisch opgelegd, zelfs wanneer er geen sprake was van kwade trouw. De verhoging varieerde van 10% tot 200%, op basis van het huidige artikel 444, derde lid WIB 92.

Grondwettelijk Hof: streng maar rechtvaardig

Eind 2024 kwam het Grondwettelijk Hof tussen met een belangrijk arrest. Het oordeelde dat belastingverhogingen niet automatisch opgelegd mogen worden bij eerste fouten te goeder trouw. Een sanctie is enkel gerechtvaardigd bij:

  • kwade trouw
  • herhaalde overtredingen

Het Hof stelde dat een eerste vergissing zonder fraudeopzet niet kan leiden tot een belastingverhoging.

Wijziging in wetgeving

De nieuwe programmawet van eind mei 2025 past artikel 444 WIB 92 aan. Concreet betekent dit:

  • Bij een eerste overtreding te goeder trouw is geen belastingverhoging meer van toepassing.
  • Het is voortaan aan de fiscus om aan te tonen dat de belastingplichtige niet te goeder trouw heeft gehandeld.

Wat betekent dit in de praktijk?

Voor belastingplichtigen betekent dit een meer evenwichtige behandeling. Vergissingen zonder kwaad opzet zullen niet langer automatisch bestraft worden. Voor de fiscus wordt het belangrijker om de intentie achter een fout aan te tonen, in plaats van automatisch een sanctie toe te passen.

Een belangrijke stap richting een meer rechtvaardige fiscale behandeling van eerlijke belastingplichtigen.