De CFI stelde recent een lijst met knipperlichten op waar cijferberoepers bijzondere aandacht aan moeten besteden. Het betreft een niet-limitatieve opsomming van elementen die verdacht kunnen zijn. Deze criteria zijn voorbeelden die elke beroepsbeoefenaar moet beoordelen om te bepalen of er desgevallend vermoedens van witwassen of financiering van terrorisme zijn en bijgevolg aanleiding kunnen geven tot een melding:
- De cliënt lijkt boven zijn stand te leven rekening houdende met zijn beroepsactiviteiten en/of de toestand van zijn bedrijf;
- De cliënt vraagt om bij een kredietinstelling te worden geïntroduceerd om rekeningen te openen hoewel de vennootschap klaarblijkelijk (nog) geen activiteiten uitoefent in dit land en de cliënt klaarblijkelijk geen duidelijk beeld heeft van haar toekomstige activiteiten in dit land;
- De aankoopfacturen worden steeds bij ontvangst betaald, zonder duidelijke reden. De aankoopfacturen worden onmiddellijk gevolgd door verkoopfacturen voor bijna hetzelfde bedrag (verhoogd met een kleine marge);
- Het gecrediteerde geld blijft nooit lang op de bankrekening van de vennootschap (doorsluisrekening) staan;
- Beleggingen voor een buitengewoon bedrag gelet op het profiel van de cliënt;
- Belangrijke inbreng in contanten bij de oprichting of een kapitaalverhoging;
- Inbreng in natura (materiaal / rekening-courant) die klaarblijkelijk overgewaardeerd is;
- Kapitaalverhoging door inbreng in natura van een rekening-courant die zelf deels uit contanten bestaat;
- Verdachte vereffening van een vennootschap kort na de oprichting;
- Deelnemingen die de melder als verdacht beschouwt;
- Verschillende wijzigingen van de statuten op korte tijd: wijziging van het maatschappelijke doel, de maatschappelijke zetel, ook de zaakvoerders wijzigen regelmatig;
- De werkelijke activiteit stemt niet overeen met die in de statuten;
- Voor sommige verkoopfacturen ontbreken de vervoerdocumenten, stortingen in contanten – vermoeden van btw-fraude (verkoop in het zwart);
- Vermoedelijke valse facturen (onregelmatigheden bij aankoopfacturen);
- Het omzetcijfer wordt slechts gedeeltelijk in de boekhouding opgenomen;
- Talrijke aankoopfacturen zijn van een en dezelfde leverancier afkomstig (valse facturen of btw-carrouselfraude);
- Onregelmatigheden bij facturen binnen dezelfde groep;
- Betaling van consultancykosten aan offshore-vennootschappen;
- De jaarrekeningen worden niet of laattijdig neergelegd;
- De middelen die voortvloeien uit de beroepsactiviteit van de cliënt staan niet in verhouding met de activiteitensector;
- De cliënt doet systematisch een beroep op verschillende uitoefenaars van boekhoudkundige beroepen;
- De vennootschap heeft geen werknemers, wat gezien de activiteitensector niet normaal is;
- De vennootschap doet verschillende aankopen (boten, luxewagens, enz.) zonder verband met de activiteit van de vennootschap;
- Er wordt stelselmatig geweigerd om bewijsstukken voor te leggen (facturen, besluiten van vergaderingen…);
- Internationale overschrijvingen ten voordele van vennootschappen die normaal gezien geen zakenrelaties hebben met de cliënt of ten voordele van vennootschappen die actief zijn in totaal verschillende sectoren (bv. een bouwonderneming die plots overschrijvingen doet naar import-exportvennootschappen in het buitenland - compensatietechniek);
- De vennootschap betaalt ongewone consultancykosten aan buitenlandse vennootschappen;
- De registers van de vennootschappen wijzen steeds op verkopen voor prijzen die lager liggen dan de kostprijs, wat verliezen veroorzaakt, en de vennootschap zet haar activiteiten voort, zonder dat deze voortdurende verliezen redelijk worden toegelicht;
- Aanwezigheid van vennootschappen waarvan de eigendomsstructuur gelet op de aard van hun activiteiten ongebruikelijk of buitengewoon complex lijkt.